vvnk_hoofd

Kunstenaars & fabrieken

Korte beschrijvingen

De hieronder vermelde kunstenaars en fabrieken worden beschreven in de publicatie 'Vernieuwing & Bezinning'. Deze is in 2004 uitgegeven door het Drents Museum en Waanders Uitgevers (sinds enkele jaren WBOOKS) in samenwerking met de SSK 1900 en de financiële steun van de VVNK 1900. De beschrijvingen zijn met toestemming overgenomen uit deze publicatie. Auteur: Jan Jaap Heij, (inmiddels oud-)conservator Drents Museum.
Deze beschrijvingen worden in de loop van de tijd aangevuld met korte monografiën over kunstenaars die niet in deze publicatie beschreven zijn.

De totale lijst met kunstenaars is als pdf document te openen en op te slaan.

Raadpleeg alfabetische namenlijst of afbeeldingenlijst of zoek met 1 woord in

kunstenaarslijst kunstenaarsbeschrijving

namenlijst | afbeeldingenlijst

Beschrijving per kunstenaar/fabriek

vorige | volgende

Dit artikel (van de hand van Jan Jaap Heij) is met toestemming van de rechthebbenden (Drents Museum en uitgever WBOOKS BV) ontleend aan het boek 'Vernieuwing & Bezinning' dat niet meer zal worden herdrukt.

2. Apol, Pieter Hendrik (Jan)
(Leiden 1874 - 1945 Den Haag)
schilder, tekenaar, beeldhouwer
Apol, die afkomstig was uit een gegoede Haagse familie, kreeg zijn eerste tekenlessen van zijn oom, de bekende schilder van wintergezichten Louis Apol. Hoewel zijn ouders graag hadden gezien dat hij de handel inging, koos hij na enige tijd voor het kunstenaarsbestaan en volgde daartoe kort de lessen aan de academies van Antwerpen (1897) en Den Haag (1898). In het begin van zijn loopbaan verdeelde hij zijn tijd tussen de beeldende kunst en de literatuur. In 1901 publiceerde hij de roman Phaeton en de dwaas en in 1903 een bundel met gedichten, aforismen en een toneelstuk onder de titel De Gouden Poort. Beide boeken werden niet erg positief ontvangen en zijn tegenwoordig alleen nog bekend dankzij de fraaie banden die C.A. Lion Cachet ervoor ontwierp. Waarschijnlijk vanwege de negatieve kritiek zei Apol de literatuur hierna vaarwel en legde zich geheel toe op het tekenen en schilderen. Veel van zijn werk bestaat uit figuurtaferelen met religieuze en literaire onderwerpen, die vaak een sterk symbolistische inslag hebben en soms enigszins doen denken aan het werk van Willem van Konijnenburg, met hij bevriend was. Verder heeft hij geregeld landschappen, diertaferelen en portretten getekend en geschilderd, alles in een gematigd expressionistische stijl. Na de Eerste Wereldoorlog is hij tevens gaan beeldhouwen: portretkoppen en -bustes en enkele diersculpturen, die soms een vrij strakke en lineaire vormgeving hebben (wanneer hij in steen werkte) en soms een meer expressionistische (wanneer hij ze van brons vervaardigde).
Van 1902 tot 1904 woonde Apol in Florence, vervolgens tot 1912 in Brussel (waar hij lid was van de Cercle Artistique et Litéraire) en daarna in Den Haag. Omdat hij financieel onafhankelijk was van de verkoop van zijn werk en, uit teleurstelling over de slechte ontvangst van zijn literaire werk, het oordeel van de critici trachtte te vermijden, exposeerde hij weinig. Vermoedelijk werd hij daarom geen lid van de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri Studio. Wel was hij enige jaren (1917-1923) buitenlid van Arti et Amicitae in Amsterdam, maar ook hier nam hij niet aan tentoonstellingen deel. Een van de weinig keren dat hij op wat grotere schaal met zijn werk naar buiten trad was in 1935, toen hij een retrospectieve solotentoonstelling had bij Kunstzaal Kleykamp in Den Haag, die niet onwelwillend werd gerecenseerd.


vorige | volgende


View Vereniging Vrienden Nieuwe Kunst 1900 - LinkedIn Group

wijzig lettergrootte

 


koning

Konings Kunst
van Parijs tot de Veluwe,
(auteur Elizabeth Yates)
Schaffelaarsreeks nr. 45,
Uitgave Koninklijke BDU Uitgevers B.V., Barneveld, 2008

essers

Bernard Essers
1893-1945

(auteurs Piet Spijk &
Annemarie Timmer)
Uitgave Drents Museum en Waanders Uitgevers, 2008

moulyn_pub

Simon Moulijn
1866-1948

(auteurs Erik Ariëns Kappers,
Maarten Bunt,
Jan Jaap Heij)
Uitgave Drents Museum, Dordrechts Museum, Goltziusmuseum,
1979